Wilma Geldof

Het meisje dat er niet mocht zijn

Boek

‘Nu heb ik een Joods zusje,’ zegt Rivka en ze lacht naar me. Mijn lippen krullen zich. Het is een grap, maar ondertussen heeft Rivka het maar mooi gezegd. Een Joods zusje. Dat is méér dan vriendinnen.

Haarlem, 1961. In het jaar dat het Eichmann-proces loopt, moet de zestienjarige Ditte een schoolopdracht maken over de Tweede Wereldoorlog. Ze wordt gekoppeld aan een nieuw meisje in de klas, Rivka. Maar Ditte weet vrijwel niets over het oorlogsverleden van haar moeder, Nora. Ze weet zelfs niet wie haar biologische vader was.  Wanneer Ditte op onderzoek uitgaat, ontdekt ze de onthutsende waarheid achter haar moeders stilzwijgen.

1943 De zestienjarige Nora wil léven: de liefde, dansen, gelukkig zijn. Maar door de Duitse bezetting komt haar wereld tot stilstand. Tijdens een verzetsklusje ontmoet ze een jongen op wie ze niet verliefd wil worden, maar het blijkt onontkoombaar. Deze liefde verandert haar leven – en dat van Ditte – voorgoed.

Wilma Geldof schreef een indrukwekkende roman over familie, liefde en uitsluiting, en de moed die nodig is om het verleden onder ogen te zien. Eerder is haar werk bekroond met de Thea Beckmanprijs en de Duitse Gustav-Heinemann-Friedenspreis.

Lees mee

Fragment

Het meisje dat er niet mocht zijn’

De voedselbonnen had ze op verschillende adressen afgeleverd, de zak in haar rok was leeg. In haar fietstas, onder aardappelen en savooiekool, lag nog een pakket krantjes dat ze in Haarlem-zuid moest afleveren, en daarna was ze klaar.
En toen viel ze.
Vlak bij huis was het begonnen te regenen. Terwijl ze een kromgebogen man met een handkar vol melkbussen passeerde, kwam van links een vrachtwagen over de brug. Op de zijkant het zwarte kruis met witte randen van de Wehrmacht. Van rechts of van links, de Wehrmacht had altijd voorrang.
Ze remde hard, gleed, slipte en viel. Haastig krabbelde ze overeind en trok de afgezakte rode baret weer over haar oren. De vrachtwagen reed verder over de Leidsevaart. De man met de handkar was de bocht om. En toen was er een grijsgroen uniform. Een grijsgroene veldmuts… Een Duitse soldaat!
O god, nee. De aardappelen waren uit haar fietstas gerold. De kool ook. Abe! wilde ze roepen. In de verte kwam hij aan gesjeesd. Toeval? Of was hij haar gevolgd om haar te beschermen?
‘Alles in Ordnung?’ vroeg de soldaat. Geen Duitse blafstem. Maar wél een Duitse soldaat. Hij hurkte en inspecteerde de wond op haar knie. Hij strekte zijn hand uit en raakte bijna haar knie aan. Beter haar knie dan haar fietstassen, maar meteen riep ze: ‘Nichts passiert!’
Wegwezen! dacht ze paniekerig. Maar wie liet nu voedsel op straat liggen? Dat zou juist verdacht zijn. De soldaat schold op ‘die verdammten gefährlichen Autos’ en snapte niet dat hij zelf het gevaar was. Hij greep haar fiets bij de bagagedrager vast, trok de fiets overeind en duwde hem haar kant op. Ze moest het stuur wel pakken. Abe! dacht ze weer. Hij stond op een meter of acht afstand, maar ze zag zijn verstijfde houding.
De soldaat bukte zich om de kool en een paar aardappelen uit een plas te rapen. Ze schopte de standaard uit, graaide naar de rest, gooide die in haar zakken. Ze moest de mof afleiden van haar fietstas. Nu! Maar hoe? Zijn hand bewoog al naar haar tas. De tas waarin hij de krantjes nu open en bloot zou zien liggen. Abe stond te wijzen naar de overkant. Wat? Wat was daar dan? Het café? Wat bedoelde hij nou? Ze hield haar adem in. De hand was nu nog geen twintig centimeter verwijderd van haar krantjes.
De soldaat opende haar fietstas.
‘Willst du etwas mit mir trinken?’ vroeg ze ademloos.
Hij keek op. Verrast. En toen – zonder te kijken – liet hij de aardappelen in haar fietstas vallen.
Haastig gooide Nora de rest van de aardappelen erbij en sloot de tas.
De soldaat leunde op de bagagedrager. Beide handen op het stuk canvas tussen de fietstassen, met zijn vingers nog altijd op de tassen. Regen spatte op zijn gezicht. Hij glimlachte. ‘Etwas trinken?’ herhaalde hij alsof hij zich afvroeg of hij haar goed had verstaan.
Nora voelde haar wangen kleuren. Ze had nog nooit wat met een man gedronken. Laat staan met zo’n griezel. ‘Ja!’ stootte ze uit. Ze keek langs hem heen naar Abe. Die knikte hevig, hij had het gehoord.
De lach van de soldaat werd breed en eindelijk liet hij haar fiets los. Hij schudde haar de hand, gaf een snelle handkus en zei: ‘Gerne, mein Fräulein.’
Nora plaatste haar fiets tegen een huis. Hanneste met het slot alsof ze de fiets op slot zette, veegde stiekem haar hand af en draaide zich naar de mof.
‘Verzeihung.’ Hij gebaarde naar de smalle stoep.‘Erlauben Sie, dass ich vorgehe.’
Alsof ze naast hem wilde lopen! Op ruime afstand volgde ze hem – verdwaasd. Hij ging níét de brug over, níét naar het café aan de overkant. Ze keek nog een keer om naar Abe. Hij knikte opnieuw naar haar. Ja, toch?
De soldaat droeg zwarte leren laarzen tot de knieën. Ze hoorde het tikken van de stalen nagels onder de zolen. Om de haverklap keek hij achterom of ze hem nog volgde, en dan lachte hij.
Ze probeerde rustig te ademen. Een kop thee en een praatje. En dan gauw weer naar huis.
Verderop op de Leidsevaart hield de mof stil. O jee, Het Witte Paard. Het café van een NSB’er uit hun buurt. Niemand die ze kende – behalve oom Jan, de man van tante Dinie – zou hier naar binnen gaan.
De soldaat draaide zich om, lachte weer naar haar en opende de deur.
Nee! dacht ze.

Reacties van de pers

Recencies

Het meisje met de vlechtjes

Bas Maliepaard

“een beklijvende jongerenroman waarin (…) zo genuanceerd in beeld komt dat je met bijna alle personages en hun tegenstrijdige gevoelens kunt meeleven.”
“Geldof gaat de complexiteit niet uit de weg en dat is sterk.”
“Geldof toont zich een behendig verteller, schrijft de gebeurtenissen overtuigend, indringend en met groot inlevingsvermogen op en houdt beide verhaallijnen spannend.”
“Na Elke dag een druppel gif (over opgroeien in een NSB-gezin) en Het meisje met de vlechtjes (over Nederlands jongste verzetsmeisje) heeft Geldof opnieuw een belangrijk oorlogsthema knap voor jongeren ontsloten.”

Trouw

Jaap Friso

“Met veel inlevingsvermogen en gevoeligheid wordt de affaire tussen Nora en haar Dieter met de mooie blauwe ogen beschreven. ‘Hij was dan wel de vijand, maar zo anders dan andere soldaten.’ Het is een geloofwaardig liefdesverhaal.”
“Geldof laat overtuigend de verschillende perspectieven zien, waarin de lezer kan meegaan.”

Jaap Friso

Edward van de Vendel

“Geldof laat in hoofdstukken die nu eens vanuit Ditte en dan weer vanuit Nora (die dus haar moeder is) zijn geschreven, de lezer heel dichtbij deze twee vrouwen komen. Ze voert ons mee naar een ontroerende en sterkende apotheose, en daarmee, en door Geldofs nauwkeurigheid, inlevingsvermogen en missie, is Het meisje dat er niet mocht zijn een krachtige, niet te veronachtzamen bijdrage aan de jeugdliteratuur.
Edward van de Vendel

Wilma Geldof

Het meisje dat er niet mocht zijn

Indrukwekkende WOII-roman van Wilma Geldof over familie, liefde en verraad

Nederlands | 336 pagina’s.

Meisje met de vlechtjes boek

Bekijk alle boeken